Terug naar alle voorbeelden

Peter Schouten, PerTax: “Op groen gas de regio door”

Op groen gas rijden honderden leerlingen dagelijks vanuit Wageningen naar bijzondere scholen in de omgeving. De busjes waar ze in zitten, verschillen nauwelijks van andere busjes, behalve dat er een andere tankopening op zit. “En natuurlijk dat we er met grote letters ‘Deze bus rijdt op groen gas’ op hebben gezet”, lacht Peter Schouten van PerTax, een gezamenlijk bedrijf van Noot Personenvervoer in Ede en Permar, regionaal bedrijf voor sociale werkvoorziening.

“Als personenvervoersbedrijf zijn we ons ervan bewust dat we veel impact op het milieu hebben”, vertelt Schouten. “Maar we kunnen er niet voor kiezen om dan maar niet te rijden. Dus dan nemen we graag de milieuvriendelijkste oplossing.” Vier jaar geleden begon Noot daarom met een paar busjes op aardgas, want dat stoot minder CO2 uit dan diesel, benzine of lpg. Inmiddels komt er uit een aardgastankstation ook steeds vaker groen gas, wat nog minder CO2-uitstoot betekent.

Tanken op de route

Vier jaar geleden viel het nog niet mee, omdat er nog maar weinig aardgastankstations waren, en de busjes op een volle tank maar 150-200 km kunnen afleggen. “Dat betekende dat busjes vaak moesten tanken, en daar dikwijls ook nog een eind voor moesten omrijden. Gelukkig is dat inmiddels een stuk beter. Het tankstation op de Nude ligt bijvoorbeeld veel beter op de route van de busjes voor Wagenings leerlingenvervoer.”

Toen de gemeente Wageningen het leerlingenvervoer opnieuw aanbesteedde, was er een duidelijke voorwaarde: het moest op groen gas. Schouten: “Daarbij was het natuurlijk gunstig dat we al ervaring hadden opgedaan met aardgasbusjes. Wat misschien ook meetelde is dat we veel mensen aan het werk hebben via de sociale werkvoorziening. Daar heeft de gemeente ook voordeel bij.” En dus rijden er nu een kleine twintig groengasbusjes door Wageningen.

Heeft groen gas de toekomst? “Op korte termijn zeker”, denkt Schouten. “Maar op de lange termijn gaan we hopelijk naar waterstof. Dat gaat nog zeker tien jaar duren, maar wij volgen de ontwikkelingen met grote belangstelling!”